woensdag 15 februari 2023

Bescherm onze kinderen

Ik lees wel eens wat op social media. Reacties op nieuwsberichten enzo. (Ik weet het… ik doe het mezelf aan.) Vooral mijn dagelijkse rondje Twitter doet mijn wenkbrauwen nog wel eens fronsen. Wat mij bijvoorbeeld de laatste tijd nogal verbaast, is wanneer reagurend Nederland wel vindt dat kinderen beschermd dienen te worden en wanneer niet

Allereerst moet een kind natuurlijk volop beschermd worden, voordat het überhaupt bestaat. Dus als een vrouw ongewenst zwanger is en zelf heel goed weet dat ze niet voor een kind kan en/of wil zorgen, moet dat kind er toch komen. Want dat zou dan de beste keuze voor dat kind zijn. 

Wat ook uit den boze blijkt, is dat kinderen gedichten lezen van een schrijver die ook ooit onbehaaglijke literatuur schreef voor volwassenen. (Onbehaaglijk inderdaad, niet verheerlijkend.) Of zijn het de thema’s van zijn kinderboeken die zo schadelijk zijn? Over lief zijn voor elkaar en jezelf kunnen zijn… Nou, poeh hee, dat levert vast ladingen trauma’s op. 

Ondertussen komen ook campagnes van Het Vergeten Kind voorbij. De reacties die ik daar dan weer op lees… daar lusten de honden geen brood van! 

Ik heb serieus mensen zien beweren dat het merendeel van de kinderen in Jeugdzorginstellingen zonder geldige reden bij hun liefhebbende ouders zijn weggetrokken, die hen vervolgens nooit meer terug zien. Bovenal vinden veel mensen het maar gejank dat het 18-jarigen - na jaren in de Jeugdzorg - niet lukt om op eigen benen te staan. 

Ik kan het niet rijmen. Welke kinderen moeten we beschermen en welke niet? En waartegen? Hoe kun je niet zien dat beschadigde jongvolwassenen sowieso al 3-0 achter staan op hun leeftijdsgenoten, die wel door stabiele, zorgzame ouders richting volwassenheid zijn begeleid. Die leeftijdsgenoten, die op hun 18e vaak ook nog niet zelfstandig zijn. Dat ook niet hoeven te zijn. Zij hebben immers stabiele, zorgzame ouders om op terug te vallen. 

Vooropgesteld: ja, er worden heus wel eens fouten gemaakt in de Jeugdzorg. Er bestaan ongetwijfeld kinderen die onterecht uit huis zijn geplaatst. Helaas heb ik van de zijlijn het lot van twee pubers mogen aanschouwen - die tamelijk onveilig opgroeiden - bij wie dat zeker niet het geval was. Ik realiseer me dat mijn observaties bepaald geen objectief onderzoek zijn. Maar wat mij opvalt:

  • Het duurt best lang voordat de Jeugdbescherming daadwerkelijk ingrijpt. Heel veel leed is dan al geschied.
  • Belangen en argumenten van de ouder in kwestie wegen zwaar. En aan het uitgangspunt ‘kinderen hebben baat bij contact met de ouder’ wordt misschien zelfs iets te lang vastgehouden.

Laten we wel wezen: veel kinderen groeien op tot beschadigde jongvolwassenen, omdat hun ouders niet voor hen kunnen zorgen. Wie beweert dat kinderen in de Jeugdzorg meestal zonder geldige reden bij hun liefhebbende ouders zijn weggetrokken, wil de echt ongemakkelijke waarheid niet onder ogen zien: er groeien kinderen op bij ouders die totaal ongeschikt zijn voor het ouderschap. Ouders die hun kinderen voor het leven beschadigen. 

Moeten we ons dáár niet eens wat drukker om maken? Kunnen we ‘onze kinderen’ dáár niet wat beter tegen beschermen? 

Met een beter werkend jeugdbescherming systeem bijvoorbeeld. Met het beter leren herkennen van risicosituaties. En… misschien ook wel door minder kinderen geboren te laten worden bij ouders die niet willen of niet kunnen. 


maandag 17 oktober 2022

Het geloof en de regenboog

Als ik de huidige media ophef mag geloven, wil het nog steeds niet zo vlotten met de acceptatie van mensen die niet voldoen aan de heteronorm, die binnen Het Geloof als gangbaar geldt. En of dat geloof dan het Christendom, Islam of de aanbidding van overbetaalde achter-ballen-aan-rennende-mannetjes betreft, vind ik in principe niet zo relevant. 

Het is toevallig de christelijke kerk die met de afwijzing - of zelfs ontkenning - van homoseksualiteit een stempel heeft gedrukt op mijn bestaan. Sterker nog: had de christelijke gemeenschap een jaar of 50 geleden uitgedragen dat het oké was om te houden van iemand van het eigen geslacht… dan had ik waarschijnlijk niet eens bestaan. Want als mijn vader begin jaren zeventig had kunnen zijn wie hij was, was hij vast niet met mijn moeder getrouwd. 


Dat was de gedachte die bij me opkwam vorige week op ComingOutDay. Een beetje vreemd idee wel. En hoewel ik tamelijk zeker weet dat mijn beide ouders mij niet hadden willen missen, denk ik toch dat zij allebei een beter leven hadden kunnen leiden zonder elkaar. Het had hen en ons gezin in ieder geval behoorlijk wat ellende bespaard. Hun huwelijk was bij voorbaat kansloos, maar ja... zij trouwden een halve eeuw jaar geleden. Toen wisten ze niet beter. Als man trouwde je met een vrouw, want dat deed iedere man in de gemeenschap. Het hoorde zo.

Het hoort zo. Als je met dat idee opgroeit, draag je dat de rest van je leven bij je. Dat realiseerde ik me heel sterk toen mijn vader er vorig jaar, op zijn sterfbed, over begon. Hij stelde me de vraag of ik het echt niet erg vond dat hij homo bleek te zijn. Dat uitgerekend die vraag in hem opkwam, in het laatste gesprek dat we hadden, vind ik heel erg. Ja, onze vader-dochter-band is een aantal jaren wat gecompliceerd geweest. Maar dat heeft wat mij betreft nooit te maken gehad met zijn homoseksualiteit! Integendeel: ik was de laatste jaren juist trots op hem, omdat hij zijn eigen pad had gekozen met de man waar hij van hield. 


Die vraag die mijn vader stelde zette me aan het denken. Als acceptatie van wie je ten diepste bent zó belangrijk is en zó’n shitload aan ellende kan voorkomen… waarom is dat in Godsnaam (en vooruit: Allahsnaam) nog steeds een issue? 


dinsdag 9 maart 2021

In tijden van corona IV

Ik ben niet de eerste die terugblikt op een jaar met corona. De media kozen patiënt 0 als startpunt van het coronajaar. Voor mij was het 9 maart: de dag waarop ik vriendelijk doch dringend werd verzocht me niet meer op kantoor te vertonen. Het startpunt van een jaar thuis. Thuis blijven. Thuis werken. Thuis recreëren. Thuis sporten. Thuis uiteten. Een jaar waarin ik thuis met andere ogen ging bekijken. 

Thuiskomen

Met die werkplek in de woonkamer drong het langzaam tot me door: thuiskomen uit het werk bestaat niet meer. Net als naar mijn werk gaan, collega's treffen en zomaar wat kletspraatjes maken. Wie had kunnen denken dat ik collega’s om me heen - in een soms iets te drukke kantoortuin - zo zou missen? En minstens zo veel mis ik het thuiskomen na het werk. Het uitchecken, loslaten en mijn privéleven instappen.

Een ander huis

Nu we zoveel uren méér in ons appartement doorbrachten dan voorheen, keek ik steeds vaker op Funda. Een tuin. Een extra kamer. Een andere buurt misschien… en wat William al vaker opperde werd ook voor mij een reële optie: een ander huis. Zo werd dit rare coronajaar voor ons ineens het jaar van huizen zoeken, een huis vinden, het appartement oplappen en verkopen, kleuren en inrichting kiezen en héél véél dingen regelen. 

Gedoe

Dat is trouwens nog best een uitdaging: een verhuizing regelen in een lockdown. Even snel een verfrollertje halen bij de bouwmarkt is er niet bij. Hulptroepen inschakelen bij het inpakken van de inboedel mag niet van de overheid. Eetstoelen via een webshop kopen is ook best een dingetje. Om over het bestellen van een IKEA kastenwand maar te zwijgen. Het lijkt desondanks allemaal te gaan lukken. En bovenal is dit huis iets om naar uit te kijken, om blij van te worden en afleiding in te vinden. 

Het jaar van...

Exact een jaar nadat het kabinet de eerste landelijke sluitingen aankondigde, verhuizen wij naar onze nieuwe stek. Daar waar ik voortaan een kantoor-zoldertje heb, waar ik na een werkdag thuiskom door de deur achter me dicht te trekken en twee trappen af te lopen.
Ondertussen vraag ik me af: als ik over een jaar of vijf terugkijk op dit jaar… herinner ik het me dan als dat rare coronajaar of als het jaar waarin wij ons nieuwe thuis zochten en vonden? 


zondag 3 januari 2021

In tijden van corona III

Op 3 april 2020 schreef ik het blogje ‘In tijden van corona’. Op dat moment duurden de beperkingen hier in Brabant (we liepen wat voor op de rest, weet je nog?) maar liefst 25 dagen. Toen dacht ik nog dat we nog eens 25 dagen later het ergste wel achter de rug zouden hebben. Een inschattingsfoutje, zo bleek. Inmiddels leven we zo’n 300 dagen in een wereld, waar ik me een jaar geleden geen voorstelling van had kunnen maken. 

Samen

Alleen samen krijgen we corona onder controle, zo vertelde de overheid ons. Dat moest natuurlijk zijn: Alleen zonder elkaar krijgen we corona onder controle. Zo bleek 2020 een jaar waarop we massaal werden teruggeworpen op onszelf. De maanden maart, april en mei vond ik nog wel bijzonder. Professioneel gezien was het het een leerzame tijd; communicatiekanalen en boodschappen ontwikkelden zich in sneltreinvaart. En het gevoel van saamhorigheid binnen de organisatie waarin ik werk raakte me oprecht. Net als de vergelijkbare sfeer in de media.

Zomer als cadeautje

De zomer voelde dit jaar meer dan ooit als een cadeautje. Ik herinner me vooral het gelukzalige gevoel toen dingen weer konden. De eerste Club Actief groepsles in de buitenlucht. Het eerste drankje op het terras van Het Viswijf. Het dagje bijpraten met dierbare vriendinnen op een zonovergoten Kurenpolder. De optredens die ik bijwoonde in het Bossche Zomertheater. Ik realiseerde me deze zomer meer dan eens: ik houd van samen. Van samen doen en samen beleven. 

Grimmig

We sloten de zomer af met een korte vakantie in de Belgische Ardennen in coronastijl; een afgelegen accommodatie, veel wandelen in de natuur en een eerste kennismaking met verplichte mondkapjes. Terug in Nederland verdween de zomer-euforie al snel. Nieuwe beperkingen en maatregelen volgden elkaar op. Ditmaal valt het me zwaarder. En niet alleen mij. De grimmige sfeer, de oordelen over en weer, het vingerwijzen. Vooral online en in de media… want van echt contact is nauwelijks meer sprake. Ik baal. Van het thuiswerken. Van de isolatie. Van de veranderende wereld. En van mijn eigen onvermogen te berusten in die situatie. 

Uit de schaduw

Nu is het 2021. En ik denk terug aan hoe ik mezelf vorig jaar voorhield dat 2020 beter zou worden dan 2019. Gek genoeg was dat ook het geval. Als ik alle corona-shit buiten beschouwing laat, was 2020 zo slecht nog niet. De coronacrisis werpt absoluut een schaduw op de wereld, ook op de mijne. Die schaduw maakt dat ik soms wat meer moeite moet doen de mooie en fijne dingen te zien, die er wel degelijk zijn. Reden te meer om uit te kijken naar het voorjaar, wanneer de zon weer doorbreekt en haar licht schijnt op al het moois om me heen.

Disclaimer: Ja, ik weet dat veel mensen echt geraakt zijn door corona. Mensen die ernstig ziek waren, mensen die geliefden verloren. Of mensen die hun inkomen en/of levenswerk hebben zien verdwijnen. En ja, ik weet dat dat erger is dan de shit waar de rest van de bevolking mee te maken heeft.

dinsdag 28 april 2020

In tijden van corona II

Hoe zal de wereld er over 25 dagen uitzien, als we er weer in mogen stappen?
Die vraag stelde ik mezelf en de lezers van mijn blogje 25 dagen geleden. Met de kennis van nu bleek het tamelijk naïef te denken dat we vandaag weer een stap richting normaal zouden zetten. De wereld ziet er namelijk exact zo uit als 25 dagen geleden. Nou ja, met één verschil dan: de festivalzomer is niet meer. Terwijl er nog altijd mensen vechten voor hun leven en andere mensen dierbaren kwijtraken aan het coronavirus, durf ik het nauwelijks hardop te zeggen, want van ondergeschikt belang enzo. Maar… ik baal daarvan!

Waardevol

In een 2019 dat door crises in familiekring behoorlijk vervelend was, waren HealthyFest en Concert at SEA mijn ontsnappingsweekenden. Opera op de Parade gaf mijn moeder, bonusvader en mij de welkome avond afleiding en ontspanning. Op Live at Wantij gaf een dierbare vriendin me troost en kon ik even de zinnen verzetten. En er waren Pinkpop, Jazz in Duketown, Theaterfestival Boulevard… De combinatie van muziek, sfeer, beleving, delen met anderen en even uit het leven van alledag stappen, maakt dit soort evenementen voor mij waardevol.

Festivalzomer 2021?

Dit jaar is er niets. Geen live muziek. Geen theater. Geen mensenmassa die als één geheel opgaat in de beleving. Nogmaals: ik snap dat het van ondergeschikt belang is als er mensenlevens op het spel staan. Maar ik mis het. Nu langzaamaan ook de berichten doorsijpelen dat er misschien ook geen festivalzomer in 2021 gaat zijn, raakt me dat. Niet alleen vanwege mijn gemis. Het echte leed erachter vind ik nog veel erger: de faillissementen, de ontslagen en de kapotgeslagen dromen en ambities.

Samenbrengen van mensen

Dat leed treft zo veel mensen. In de evenementenbranche, de horeca, de sport. Alle mensen die van het samenbrengen van mensen hun werk hebben gemaakt. De mensen die zorgen voor saamhorigheid en voor je welkom voelen. De mensen die er voor zorgen dat wij soms kunnen ontsnappen uit het leven van alledag. Die mensen hebben straks misschien geen werk meer. Verschrikkelijk voor hen en een groot gemis voor ons.

Sociaal dier

Het is vandaag 50 dagen geleden, dat de eerste maatregelen van kracht werden. 50 dagen waarin we zijn teruggeworpen op onszelf, ons eigen huis en degenen die in dat huis wonen. Vooropgesteld: dat had ik slechter kunnen treffen. En met het idee dat het tijdelijk is, houd ik dat heus wel vol. Maar ik snak naar andere mensen. Naar samen sporten, samen genieten van muziek, samen lachen, samen discussies voeren. Meer dan ooit merk ik: we zijn sociale dieren en we zijn er niet voor gemaakt om geïsoleerd te leven. Laten we de mensen, die van het faciliteren van het samen hun werk hebben gemaakt, waarderen en helpen waar we kunnen! Ze redden misschien geen levens, maar ze geven levens wel kleur.

vrijdag 3 april 2020

In tijden van corona

Het is donderdag vandaag, toch?

Het was een grapje, gisteren in de WhatsApp groep van het driekoppig communicatieteam waar ik deel van uitmaak. Een app-groep die al een week of drie heel intensief gebruikt wordt. Om te appen en om te beeldbellen. Wij hebben elkaar namelijk maandag 9 maart voor het laatst live gezien.

25 dagen

Nu is het vrijdag 3 april. Vandaag is het precies 25 dagen geleden dat ik de P&O manager aan mijn bureau trof, met de mededeling dat collega’s uit Brabant maar beter niet meer naar kantoor konden komen. Dat was nog maar het begin. Een paar dagen later viel het besluit enkele van onze vestigingen te sluiten en thuis te werken waar mogelijk voor alle collega’s.

Er volgden 25 dagen van thuisblijven. Thuis werken, thuis sporten, thuis leven. Werkweken die niet meer overzichtelijk uit vier maal acht uur bestaan. Een nieuw ritme, dat nog geen ritme is. Nooit geweten dat (bijna) 24 uur per dag thuis blijven zo vermoeiend kan zijn. Is het vrijdag? Oja, ik zie het op mijn beeldscherm. En die corona maatregelen maken dat ik het nog druk heb ook. 

Vitaal beroep

Op 15 maart vertelde de regering mij dat ik een ‘vitaal’ beroep heb. Ik was mij daar voorheen niet van bewust. En doe ‘s gek: dubbel vitaal zelfs. Communicatie & media is namelijk één van de categorieën. Met bijdragen aan noodzakelijke overheidsprocessen, zoals betalen van uitkeringen, val ik ook nog in een tweede categorie. Want dat is wat Avres, mijn werkgever, doet: ervoor zorgen dat mensen die dat heel hard nodig hebben het inkomen krijgen waar ze recht op hebben. En jee, dat zijn er ineens fors meer dan enkele weken terug!

Wat het corona-virus doet met de gezondheid van mensen is beangstigend. Maar wat dit virus doet met het bedrijfsleven en de arbeidsmarkt vind ik minstens zo spannend. Tientallen collega’s hebben dag in dag uit zelfstandig ondernemers te woord gestaan, die hun werk als sneeuw voor de zon zien verdwijnen. Inkomen weg, vertrouwen in de toekomst weg. Als Avres zorgen wij ervoor dat ze kunnen leven deze maanden, maar dat vertrouwen kunnen we ze niet teruggeven. 

Dichtbij huis

Dichterbij huis zie ik hoe de ondernemers, waar ik als klant zo graag kom, worstelen om het hoofd boven water te houden. Horecagelegenheden die dicht moeten bijvoorbeeld. Ik schaam me soms een beetje als ik ervan baal dat ik er nu niet naar toe kan. Als het een beetje tegenzit kan ik er nooit meer naar toe, omdat ze straks niet meer bestaan. Zo ook de fitnessclub waar ik veel over de vloer kom; als sporter en sinds kort ook als instructeur. Terwijl ik een beetje met hen mee denk over hoe deze periode te overbruggen, realiseer ik me hoe weinig impact deze corona-crisis werkelijk heeft op mij. Ik met mijn vaste contract, bij een organisatie die nu keihard nodig is. 

Wat er toe doet

Een crisis als deze heeft vooral nadelen. Wel merk ik één voordeel op: het brengt focus op wat er toe doet. Ik zie, hoor en voel dat bij mijn collega’s. Al zitten ze 45 kilometer verderop, ik ervaar de betrokkenheid en de wil te knokken voor de mensen die ons nodig hebben. En als communicatieadviseur mag ik die betrokkenheid en die bereidheid tot knokken zichtbaar maken; naar elkaar en naar buitenwereld. Dat vind ik mooi. Eigenlijk ook best gaaf dat dat van achter mijn beeldschermpje ook zomaar kan.

De volgende 25

De eerste 25 dagen isolatie zijn achter de rug. De volgende 25 dagen liggen nog voor ons. Hoe zal de wereld er over 25 dagen uitzien, als we er weer in mogen stappen?

vrijdag 6 december 2019

Dit ben ik

Persoonlijk Credo

Toen ik 16 jaar oud was besloten mijn ouders uit elkaar te gaan. Wat volgde was een periode die op verschillende manieren impact heeft gehad op wie ik ben geworden. Eén daarvan: mijn moeder belandde na de scheiding een paar jaar in de bijstand. Die inkomensval en financiële afhankelijkheid maakten dat ik me toen voornam: dat gaat mij niet overkomen! Ik ga nooit financieel afhankelijk zijn van een man. Door het volgen van een opleiding en door het vinden van een goede baan.  

Nu realiseer ik me dat ik dit kan doen, omdat ik toevallig beschik over een goede gezondheid en de nodige capaciteiten. Ik weet ook dat het niet voor iedereen is weggelegd.

Daarom ben ik blij dat ik in een land als Nederland woon, waar we op basis van solidariteit onze samenleving vormgeven. Waar we het als onze gezamenlijke verantwoordelijkheid zien om te zorgen voor mensen, die het minder goed hebben getroffen. Waar we mensen helpen zo zelfstandig mogelijk hun leven te leiden.

Daarom werk ik graag voor een organisatie als Avres. Avres helpt mensen verder. Bij Avres helpen we mensen hun financiële problemen op  te lossen door hen schulddienstverlening te bieden. We zorgen voor bijstandsuitkeringen, voor mensen die niet zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. En door mensen te begeleiden en ontwikkelen brengen we ze dichterbij werk. En wat ik kan is vertellen hoe we dat doen.

Wat wij doen is soms complex. We hebben immers te maken met wetten en regels. Wat ik kan is dat simpel vertellen. Ik kan het concreet maken. Ik kan een levensverhaal van anderhalf uur vangen in drie pakkende alinea’s. Ik kan teksten schrijven die de kern weergeven. Teksten die raken. Ik schrijf de verhalen die vertellen waarom ons werk ertoe doet. Verhalen over mensen, niet over beleid. Ik maak onze toegevoegde waarde zichtbaar.

Die verhalen verzin ik niet zelf. Daarvoor heb ik collega’s nodig. Ik kan en wil die inhoud niet bedenken. Ook kan ik van een slecht uitgewerkt idee geen goed verhaal maken. Verder is het goed te bedenken dat ik voor een goed verhaal tijd, ruimte en rust nodig heb. Daarom kies ik er soms voor me af te zonderen. Of zal ik ook wel eens een verzoek te weigeren. Want als ik ‘ja’ zeg, wil ik het ook kunnen doen.

Kortom: geef mij goede inhoud en even de ruimte. Dan kan ik verhalen opleveren die - aan de buitenwereld en aan collega’s - laten zien dat wat wij doen er toe doet!

***

Training

Op 2 en 3 december volgde ik de GITP training Persoonlijk leiderschap: vergroot uw persoonlijke kracht. Het waren twee pittige dagen. Ik blikte terug op mijn jeugd en de aspecten daarin die mij vormden. Ik onderzocht mijn waarden, drijfveren, kwaliteiten en talent. En ik nam mijn gedrag onder de loep.

De training was een goede spiegel. Ik realiseerde me dat ik me de laatste maanden zo liet meevoeren in de waan van de dag – in to do lijstjes en alles wat ook nog even moet – dat ik bijna was vergeten waarom ik ook alweer voor dit vak en dit werkveld koos. Aan het einde van de tweede trainingsdag bracht ik een groot deel van mijn waarden, drijfveren en talent samen in een ‘Persoonlijk Credo’; bovenstaand verhaal, dat ik aan de andere deelnemers vertelde.

dinsdag 24 september 2019

Column: #Instantgeluk


Eigenlijk is het een beetje gênant. Maar tegen jullie, lezers van dit blad, durf ik het wel te vertellen. we zijn hier immers met dierenliefhebbers onder elkaar. En inmiddels weet ik: er zijn er meer zoals ik. Veel meer. Dus… ik beken: mijn kat heeft een Instagram account.

Dieren zijn natuurlijk ontzettend fotogeniek. Dat hoef ik jullie niet uit te leggen. Onze volslanke Kater Roderick is daarop geen uitzondering. Scrollend door de fotogalerij op mijn telefoon, kom ik dan ook tientallen portretten tegen van onze viervoeters. Stuk voor stuk maak ik deze foto’s, omdat ik op dat moment geraakt word door hun schattigheid of hun schoonheid. Of omdat ik ontzettend om ze moet lachen. Die beestjes maken me blij en ik fotografeer hen in een poging dat gevoel van blijdschap vast te leggen.

Cats of Instagram

In de jaren dat ik nu actief ben op social media, heb ik mij steeds moeten inhouden om niet wekelijks de mensen op mijn tijdlijn te spammen met dergelijke foto’s. Ik heb namelijk wel eens vernomen dat niet iedereen enthousiast wordt van dierenfoto’s. Toen ontdekte ik op Instagram hashtags als #catsofinstagram, #kattenvandenbosch en #rodekater. Kort daarna zag ik dat een voormalig collega, die ik heel hoog heb zitten, voor haar kat een account had aangemaakt. Op dat moment wist ik: Roderick krijgt een Instagram account en spoedig was @Ro_de_kater een feit.

In beeld en tekst

Instagram bleek al snel een fantastische plek om mijn catspam kwijt te kunnen. Ro en zijn viervoetige huisgenote Annabel vonden hun weg naar het wereldwijde web. In beeld en tekst. Want zoals het een kattenliefhebber betaamt, projecteer ik graag mijn eigen gedachten op mijn viervoeters. En verrek, ik blijk bepaald niet de enige! We zijn met honderden. Al snel vergaarde mijn Ro tientallen volgers. Stuk voor stuk ook katten. ‘Roderick’ zelf volgt op zijn beurt ook diverse katten.
Wanneer ik nu de Insta app op mijn telefoon open, stroomt mijn tijdlijn vol met kattenplaatjes en grappige onderschriften. Ik zie mooie, grappige, onroerende foto’s. Ik herken hoe andere mensen naar hun huisdier kijken en er plezier aan beleven. Als ik een rotdag heb, open ik Ro’s account en scrollend door de posts op zijn tijdlijn verschijnt er als vanzelf weer een glimlach op mijn gezicht.

Instantgeluk. Zoveel aaibaar geluk, dat wil je toch delen?


Gepubliceerd in #Samenvoordieren, september 2019

donderdag 25 juli 2019

Een generatiedingetje

Ik heb sinds begin dit jaar een collega. Of eigenlijk al wat langer: ze begon hier in 2018 als stagiaire. Dus je begrijpt: mijn collega is jong en hip. Ze is vers afgestudeerd en heeft vermoedelijk nauwelijks herinneringen aan de tijd waarin er nog geen smartphones bestonden.
Tot zij hier kwam werken zag ik mijzelf als een digitaal vaardige communicatieadviseur. Ik snapte wel hoe dat werkte… die sociale media enzo. Ik gebruikte immers ook Facebook, Linkedin, Instagram, Twitter, Youtube en Whatsapp.

Had ik het even mis.

Stories

Ik leer nu toepassingen van platforms als Instagram en Facebook, waar ik het bestaan niet van kende. Het blijkt allemaal te draaien om stories en verhalen*. Met vooral veel beeld. Liefst bewegend beeld. Met geluid. En van die vrolijke ‘stickers’. Dat vergt behoorlijk wat gepriegel op een smartphone schermpje, waar mijn vingers echt te dik voor zijn. Gelukkig is het resultaat van die inspanningen slechts 24 uur te bewonderen. Daarna verdwijnt het in de digitale kliko van de online giganten.

Mijn media consumptie

Vol bewondering kijk ik toe hoe mijn jonge collega allerlei stories vormgeeft. Maar als ik haar erover hoor praten, raak ik regelmatig halverwege haar verhaal - oh ironie - het spoor volledig bijster. Ik hoor haar argumenten wel, maar ik begrijp ze serieus niet. Dat is deels omdat ik deze vakkennis niet heb meegekregen in mijn opleiding twintig jaar geleden. Maar vooral omdat ik zelf niet op deze manier media consumeer. ‘Het is een generatiedingetje’, verzucht ik dan. 

Onrustig

Ik ben een tekstmens. Ik schrijf graag en ik lees graag. Ik consumeer het liefst geschreven berichten. Bij voorkeur met passende illustraties en goede foto’s. Ik kan oprecht geïrriteerd raken, als ik een online nieuwsbericht aanklik en er ongevraagd een video met geluid begint te spelen. Ik word onrustig als ik een story aanklik en datgene waarnaar ik kijk, na een paar seconden alweer verdwijnt. Als ik er al aan denk om een story aan te klikken, want ik scroll doorgaans vooral langs foto’s en tekstberichten in mijn tijdlijn. 

Mijn professie

Ik moet zeggen dat het me best bezighoudt. Is het geschreven woord aan het uitsterven? Vertellen we ons verhaal straks alleen nog maar in (bewegend) beeld en korte fragmenten? Bestaat mijn professie straks nog wel in de huidige vorm? Moet ik mee in deze ontwikkeling om mijn eigen positie voor de toekomst zeker te stellen? Kan en ik wil dat? Of kan ik ervan uitgaan dat er - zolang ik werkzaam ben - altijd een doelgroep blijft, die net als ik graag teksten consumeert? 

Jeugd van tegenwoordig

Ook maak ik me een beetje zorgen. Kan de doelgroep, waar wij ons op richten met deze vluchtige media, nog wel de concentratie opbrengen om een tekst te lezen die langer is dan drie zinnen? En terwijl ik deze vraag typ, trek ik meteen twee conclusies:
  • Als dat werkelijk zo is, weet ik in ieder geval zeker dat niemand uit die doelgroep deze vraag heeft gelezen.
  • Dat ik me zorgen maak om de ‘jeugd van tegenwoordig’, maakt me wel echt een oud wijf. Over generatiedingetje gesproken...
*) Ja, ik weet het. Stories is Engels voor verhalen. En nee, ik zeg niet twee keer hetzelfde. 

woensdag 22 mei 2019

Column: Samen voor dieren

Ik ben, zoals dat heet, een kattenmens. Hoewel ik konijnen, honden, paarden en andere aaibare diersoorten ook heus wel leuk vind, reageert mijn brein vooral op de Felis silvestris catus. Bij het zien van een kat verschijnt er steevast een lach op mijn gezicht en uit ik mijn bewondering met een gepaste groet als ‘Dag schoonheid!’. Katten horen in mijn leven, dat moge duidelijk zijn. En uiteraard ook in mijn huis.

Dus toen mijn vriend er een jaar of twaalf geleden voor koos met mij te gaan samenwonen, hoorde poes Annabel simpelweg bij die keuze. Dat accepteerde hij, maar erg enthousiast was hij niet. Hij had niet zoveel met katten, zo vertelde hij mij steeds. Annabel bleek overigens ook niet zoveel met de nieuwe mens in haar leven te hebben. Toch was er iets in mij dat dacht dat een tweede kat wel een goed idee zou zijn.

Overtuigd

Zowaar wist ik mijn vriend mee te krijgen naar een dierenasiel, waar ik getuige was van een knap staaltje overtuigingskracht. Een kleine, cyperse kater koos hém uit. Hij achtervolgde mijn vriend door het kattenverblijf en keek hem met grote, trieste ogen aan. Hij bleef maar kopjes geven, alsof hij wilde zeggen ‘Neem mij! Neem mij!’ We noemden hem Tobias en hij spinde gedurende de hele autorit naar huis. Drie geweldige jaren heeft de bejaarde Tobias nog gehad in ons huis. Drie jaren waarin Tobias en zijn favoriete mens van elkaars gezelschap genoten. Na Tobias volgde er nog een kater. En daarna weer één: de rode Roderick, die al net zo dol is op mijn vriend als zijn voorgangers waren.

Kattenpersoneel

Op dat ene moment in dat dierenasiel, werd de man die ‘niets met katten had’ ineens een kattenmens. Zo één die lacht om de grappige fratsen van de viervoeters. Die er tegen praat, zich in vreemde bochten wringt om er foto’s van te maken en… die zonder problemen de rol van kattenpersoneel op zich heeft genomen. Want ook dat hoort erbij. Wie van katten houdt weet: wij mensen zijn er slechts om hen te dienen, met hun betoverende uiterlijk, hun aandacht en hun aaibaarheid als ultieme beloning. Wij samen zijn er voor hen. Wij samen sloven ons uit voor de dieren in ons huis. Dus toen ik voor het eerst de hashtag #samenvoordieren las, dacht ik: ‘Hee verrek, dat gaat over ons!’

woensdag 20 december 2017

Column: De gesprekspartner

‘Pfff wat een hondenweer buiten! Jij mazzelt maar dat je lekker de hele dag thuis voor de verwarming kunt liggen!’ Alsof hij enigszins met me te doen heeft, staat hij op van zijn comfortabele ligplek voor de CV en drentelt me tegemoet. ‘Mieuw’, klinkt het vriendelijk, terwijl hij om mijn benen draait. ‘Ja, ik vind het ook fijn om jou weer te zien.’, antwoord ik hem en krabbel hem achter zijn oren. ‘Heb je het ook zo druk gehad vandaag?’ Dat daar – zelfs als hij zou kunnen praten – geen zinnig antwoord op bestaat, maakt niet uit. Roderick doet alsof hij luistert. Dus praat ik met hem. Tegen hem. Zoals ik altijd praat tegen dieren en katten in het bijzonder.

Kat als huisgenoot

Ik voer al gesprekken met katten zolang ik me kan herinneren. Nu kan ik me voorstellen dat andere mensen dat een beetje vreemd vinden. Sterker nog; als ik er serieus over nadenk vind ik het zelf ook wel een beetje vreemd. Gedurende een aantal jaren kon ik het nog een beetje verbloemen en rationaliseren. Ik was geruime tijd vrijgezel en mijn katten waren mijn enige huisgenoten. Geen mens die me hoorde en… tegen wie moest ik anders praten? Thuiskomen in een huis waar ik enthousiast welkom werd geheten door mijn viervoetertjes, maakte dat ik steevast de deur opende met de woorden ‘Skatties, ik ben thuis!’

Ze praten terug

Het leuke aan katten is dat ze terugpraten. Natuurlijk antwoorden ze niet echt op wat ik zeg. Dat maak ik mezelf alleen maar wijs. Maar ze reageren wél echt en dat maakt ze voor mij buitengewoon gezellige gesprekspartners. Nu las ik laatst dat ik het mezelf niet helemaal inbeeld. Katten leren zichzelf inderdaad om te praten met hun mensen. Ze merken namelijk al jong dat mensen niet zo goed zijn in het lezen van lichaamstaal. Dus als ze wat van hun mensen gedaan willen krijgen, zetten ze een middel in dat wij simpele tweevoeters wel snappen: hun stem. En met succes. Ze vragen om het openen van een deur of hun wekelijkse schaaltje brokjes in saus, met een ‘miauw’ die ik uit duizenden zou herkennen. Daarnaast vragen ze om aandacht. Aandacht die ik met liefde geef en ook ontvang als ik tegen ze praat.

Een luisterend oor

Tegenwoordig voer ik de meeste gesprekken in huis met een mannetjesmens in plaats van met onze twee katten. Dat betekent overigens niet dat ik ben gestopt met mijn kat-dialogen. Het idee! Mijn vriend vond het in het begin wel wat vreemd, dat mijn gespreksstof met zo’n beestje verder ging dan ‘Annabel, eten!’ (Ha, alsof dàt nodig is! Het openen van het desbetreffende kastje is al voldoende om het katvolk aan de troggen te krijgen ;-)) Inmiddels babbelt hij er net zo op los als ik. Soms moet ik onze kater echter wel even bij de les houden. ‘Roderick, let je op? De baas praat over voetbal tegen je!’ Want zeg nou zelf… voor mijn vriend is het toch óók fijn, dat er iemand naar hem luistert? 

vrijdag 14 juli 2017

Column: De empathische kat

Laatst had ik mijn twee nichtjes op bezoek en de jongste was wat verdrietig. Ze lag opgekruld op de bank, stilletjes voor zich uit te staren. Terwijl ik nog zat te bedenken wat ik zou kunnen doen of zeggen om haar op te vrolijken, sprong onze rode held Roderick bij haar op de bank. Hij begon fanatiek kopjes te geven en om knuffels te vragen. En zowaar: enkele minuten later had ik weer een glimlachend nichtje in huis.

Troostende kat

Mooi vind ik dat, hoe dieren troost kunnen bieden. Ook ik heb mij regelmatig tot mijn katten gewend voor troost. De vraag die mij wel eens bezig houdt: voelen katten eigenlijk aan dat je hun hulp nodig hebt? Van honden weet ik dat zij over een vorm van empathie beschikken; zij willen hun mensen troosten, beschermen en helpen. Over katten twijfel ik nog een beetje. Wij mensen staan immers in dienst van hen, niet andersom.

Wijsheid

Toch houd ik mezelf graag voor dat de liefde die ik voel voor mijn viervoeters geheel wederzijds is en dat zij mij graag bijstaan met al hun wijsheid en vaardigheden. Zo herinner ik mij een situatie, een jaar of 16 terug. Ik deelde mijn huis en leven destijds met Midas, een stoere cyperse kater. Op een avond genoot ik echter ook het gezelschap van een mensenman met amoureuze intenties. Deze man boog zich voorover om mij te kussen en… Midas nam een aanloop, sprong en belandde met de nagels van alle vier zijn pootjes voluit in de rug van deze manspersoon. Een wat pijnlijke ervaring, meen ik me te herinneren.

De mannentester

Nu bleek deze man achteraf niet het meest betrouwbare exemplaar op aarde. Kortom: kater Midas bleek mensenkennis te hebben. Sindsdien ging hij door het leven als mijn mannentester. Zo trof Midas enkele jaren later mijn huidige geliefde op de bank en vertoonde geen enkele vorm van agressie. Wel wurmde de kater zich tussen ons in op de bank, zodat hij van aandacht verzekerd was en door ons beiden aangehaald kon worden. Midas had geoordeeld: deze man mocht blijven.

Het komt goed

Er was nog één obstakeltje te nemen: deze man had zelf op dat moment niet zoveel met katten. Dat is gelukkig helemaal goed gekomen. Ruim 12 jaar na zijn ontmoeting met Midas, ziet ook hij wat een kat kan bieden. Op dit moment is de man in mijn leven verdrietig, vanwege een groot verlies in zijn familie. Toen hij van de week de vraag kreeg hoe het met hem ging, was zijn antwoord: “Ik red me wel. Ik heb Arianne en de katten en daar heb ik veel troost aan.” Hij zei het echt. Ook hij vindt troost bij onze beestjes en dat vind ik mooi. En dan interesseert het me helemaal niks of die dieren dat nou wel of niet aanvoelen!


zondag 25 juni 2017

Mid-loopbaan crisis

‘Slimme 45+’er afgeschreven’ kopte kwaliteitskrant Telegraaf deze week. Normaal gesproken blader of scroll ik bij dergelijke krantenkoppen gewoon verder. Omdat het De Telegraaf betreft inderdaad. Maar ook wel omdat het doorgaans best wel ver van me afstaat, dat boven de 45 en werkzoekend zijn. Het toeval wil echter dat ik juist de laatste weken nogal eens na zit te denken over de arbeidsmarkt en hoe mijn eigen loopbaan daarin past. En weet je… die 45 is eigenlijk helemaal niet meer zo ver weg.

Twijfelen


In gesprekken met jongeren over school- en beroepskeuze grap ik regelmatig: “Ik weet eigenlijk nog steeds niet wat ik later wil worden!” Mijn CV kenmerkt zich dan ook niet echt door duidelijke, bewuste keuzes. De twee banen waar ik het langst heb gewerkt en me het meest op mijn plek heb gevoeld, kwamen beide min of meer bij toeval op mijn pad. En dan is er nog dat jaar 2008; vijf werkgevers in één jaar. Oef! Toen kon ik me dat echter nog wel veroorloven; als je begin dertig bent is twijfelen algemeen geaccepteerd. Maar eenmaal de veertig gepasseerd…

Het communicatievak


Inmiddels ben ik 40+’er en alweer een kleine tien jaar werkzaam als communicatieprofessional. Een professie die aansluit op mijn opleiding, voor een groot deel past bij wat ik kan en echt veel leuke, interessante aspecten kent. Het is echter ook een vak waar ‘iedereen verstand van heeft’ (een beetje zoals bij een voetbalcoach), dat vaak een vrij ruime definiëring kent (‘Dat hoort toch ook bij communicatie?’) en waarin je met regelmaat achter de feiten aan mag hobbelen. Bovenal is het een vak, waarin de ontwikkelingen ontzettend hard gaan… Ik zeg: hallo sociale media! 

Communicatiemix nieuwe stijl


En zo trof ik mijzelf de afgelopen weken, mijmerend over mijn loopbaan. Wil ik dit werk nog 25 jaar* doen? Tegelijkertijd weet ik: als ik dit werk blijf doen, blijft het natuurlijk niet ‘dit werk’. Zoals we tien jaar terug nog niet wisten wat Youtube en Instagram in deze tijd zouden betekenen, hebben we nu nog geen flauw benul welke media ons nog staan te wachten. Zijn de kwaliteiten en affiniteiten die ik nu heb voldoende om me alles wat nog gaat komen eigen te maken? Bied ik daarmee een mooie mix van klassieke communicatievaardigheden en moderne toepassingen? Of word ik links en rechts ingehaald door de volgende generatie, voor wie deze middelen zo vanzelfsprekend zijn? 

Nog 25 jaar?


Maar bovenal: wil ik dit? Ben ik zo op mijn plek in dit vak, dat ik dit nog 25 jaar wil doen? Of zijn er beroepen die misschien beter bij me passen? En hoe reëel is het om hier als 40+’er nog serieus over na te denken? Ik vind het zo dubbel: ik heb nog zeker 25 jaar werk voor de boeg en daar wil ik met plezier en bevlogenheid mijn tijd en energie in steken. Ondertussen doen we op de arbeidsmarkt net alsof ik al oud ben… terwijl ik meer arbeidsjaren vóór me dan achter me heb.

Ik ben er voorlopig nog niet uit. Dat hoeft ook niet… ik heb nog wel even. Toch ervaar ik wel een beetje keuzestress. Ik weet immers niet hoe zeker ik ben van mijn huidige baan op de lange termijn. En die 45 komt langzaamaan ook griezelig dichtbij. Zou dit dan mijn versie van de midlifecrisis zijn?

___
*)Toen ik mijn altijd optimistische partner deze vraag voorlegde, antwoordde hij geruststellend: “25 jaar? Jij mag er toch zeker nog wel 30!?”

zaterdag 14 januari 2017

My Live-and-Let-Live-Body-Motivation

“Je kunt prima afvallen met 2000 calorieën per dag. Echt waar hoor, ik heb het van een expert!” Aan het woord is mijn collega. Ze vertelt me over een discussie die ze eerder deze maand (yep, januari) voerde met een vriendin. En de expert over wie ze het heeft… dat ben ik.

Zendingsdrang


Mijn collega maakt ongetwijfeld een grapje, maar het voelt toch wat ongemakkelijk als ze mij een expert noemt. Want als ik iets niet ben… Ik ben hooguit wat ze noemen een ervaringsdeskundige; ik viel immers 25 kilo af. En wie ooit succesvol gewicht verloor weet: er dreigt iets verleidelijks, iets irritants, iets ongefundeerds. Gewichtsverlies en het bereiken van het geambieerde figuur veroorzaken vaak een mix van trots, narcisme, betweterigheid en uiteindelijk… zendingsdrang. Zo moet ik bekennen dat ik het inderdaad regelmatig over mijn eetgewoonten heb met (o.a.) de desbetreffende collega. En ook de zeker 28 lezers van mijn blog hebben hierover al eens wat voorbij zien komen. Wie echter ooit – ik noem maar wat – een rolletje in GTST speelde en wat méér online volgers heeft, kan op die manier zomaar uitgroeien tot afvalgoeroe.

'Je hoeft niet na te denken'


“Een gemiddelde vrouw, met een baan en een gezin, heeft een dagelijkse energiebehoefte van 1300 tot 1400 calorieën. In de praktijk eten ze zo’n 2000 calorieën per dag en daarom is iedereen te dik.”

Ze zei het echt. Aan tafel bij een min of meer serieuze talkshow. Nu heb ik er net zo min voor gestudeerd als zij, maar volgens mij dacht ik hier toch wat klinkklare onzin waar te nemen. 1350… dat is echt heul weinig! Zélfs als je dagelijkse portie beweging bestaat uit de looproute van bed - naar badkamer - naar auto - naar kantoor - naar auto - naar bank en weer terug naar bed. Laat staan als je dagelijks een uur fanatiek sport! In een andere talkshow hoorde ik haar ooit zeggen: “Ik denk dat mijn boek zo'n succes is, omdat mensen zelf niet hoeven na te denken over wat ze eten.” En laat ik nou denken dat het dààr nu net mis gaat!


Voeden i.p.v. vullen


Mijn persoonlijke succesverhaal begon juist met nadenken over wat ik eet. Me verdiepen in voeding die voedt i.p.v. vult. Bewuste keuzes maken en nieuwe routines aanwennen. En bovenal: in de gaten houden hoeveel ik eet. Want ja, ik was te dik omdat ik de verkeerde dingen at en omdat ik teveel at. En om in calorietermen te blijven: ik tikte de 3000 per dag wel aan. Met gemak 😲


Killerbody?


Kortom: zo’n Fajah Lourens irriteert me mateloos. De manier waarop ze haar persoonlijke succesverhaal als De Waarheid verkondigt en aannames doet over de gemiddelde vrouw die gewoon niet kloppen. Ik vraag me ook serieus af hoeveel van haar enthousiaste, lyrische volgers over een jaar of twee nog steeds zo enthousiast een killerbody behouden en/of nastreven. Tegelijkertijd denk ik: ach… als zij zo ongefundeerd afvaltips kan rondstrooien, kan ik dat ook best wel doen. Dus voor wie interesse heeft, hieronder My Live-and-Let-Live-Body-Motivation richtlijnen. Wie weet hoe rijk ik er nog mee kan worden.😁

  1. Eet minder suiker. Suiker is niet de duivel, maar het is wel erg calorierijk en het voedt je lichaam nauwelijks. Mijn ervaring is dat het eten van veel suikerrijke producten daarnaast de behoefte aan suikerrijke producten versterkt. Door deze grotendeels te schrappen vermindert de suikerbehoefte én verandert je smaakbeleving; minder zoet wordt lekkerder.
  2. Eet vers bereide maaltijden met veel groente. Zo houd je zelf in de hand wat je binnenkrijgt. (Zelf heb ik besloten om nog maar zelden aardappels, pasta of rijst te eten; ik vind het qua smaak weinig toevoegen en ook voor de voedingswaarde hoef ik het niet te doen. Scheelt weer calorieën! Voor het volume in mijn maag eet ik meer groente. Dit heeft overigens niets te maken met koolhydratenangst; ik eet nog altijd met veel smaak mijn dagelijkse boterhammen.) 
  3. Maak koken en gezond eten leuk. Ga op zoek naar recepten, probeer nieuwe kruidenmengsels uit, experimenteer met combinaties die je nog niet kent.
  4. Maak bewuste keuzes (en maak ze vooral zelf). ‘Een keertje wat lekkers / ongezonds moet toch wel kunnen?’ Iedereen kent de uitspraken van collega’s, vrienden en/of familieleden. En het klopt. Maar beslis altijd zelf of en wanneer je de geboden versnapering ‘de calorieën waard’ vindt. Laat het gevoel los dat je iemand teleurstelt als je zijn/haar traktatie weigert of dat je ongezellig bent als je dat stuk slappe slagroomgebak niet naar binnen schuift.
  5. Beweeg. Kan sport zijn, maar je kunt ook de fiets pakken, trappenlopen, wandelen naar de stad etc.
  6. Houd een tijdje bij wat je eet en hoeveel. Zijn handige apps voor te vinden, zoals FatSecret of MyFitnessPal. Zo krijg je inzicht in wat je eet en wat de invloed daarvan is op je gewicht en omvang. Zo kun je bijvoorbeeld ontdekken met welke dagelijkse hoeveelheid je afvalt (en ja… dat kan zomaar 2000 calorieën per dag zijn!)
  7. Doe geen dieet. Wat mij heel erg hielp was het uitgangspunt: vanaf nu eet ik zoals ik de rest van mijn leven ga eten. Dat voorkomt crashen en/of te streng zijn.
  8. Heb geduld. Het nadeel van een wijziging van eetpatroon t.o.v. een dieet is dat het langzaam gaat. Verwacht géén kilo per week te verliezen. Maar waarom zou je haast hebben? Het is voor de rest van je leven, dus wat maken die paar maandjes uit?
  9. Denk zelf na. Laat je niet gek maken door afvalgoeroes. Vooral niet diegenen die nogal extreme dingen roepen. (Kom je toch eens in de verleiding een boek te kopen? Probeer dan een het boek van Jelmer de Boer; deze kerel a) kan wel schrijven, b) heeft een fantastisch gevoel voor humor en c) vertelt tamelijk ontnuchterende dingen over afvallen.)
  10. Leef. Een gezond lichaam maakt het leven fijner. Een lichaam dat er fijn uitziet en waarmee je in reguliere kledingzaken terecht kunt is ook prettig. Maar er zijn meer dingen die het leven fijn maken. Zoals een glaasje wijn en een blokje kaas … zo af en toe. 
    De rekentool op Fajah's website lijkt toch minder
    domme dingen te zeggen dan Fajah zelf  😆

maandag 2 januari 2017

Column: De Nuttige Kat

“Tegenwoordig worden we dagelijks blootgesteld aan zo’n 3000 media-uitingen per dag.” Het zijn de woorden van een gerenommeerd marketinggoeroe tijdens een congres dat ik bijwoon. Hij bedoelt er mee te zeggen dat je als marketeer wel heel erg je best moet doen om daartussen op te vallen. Maar ik denk vooral: ‘Jeetje, worden we daar met zijn allen niet ontzettend moe van?!’

Terwijl ik me door de regenachtige avondspits naar huis manoeuvreer, laat ik de woorden van de goeroe nog eens op me inwerken. “Alles gaat nu sneller dan ooit en tegelijkertijd zal het nooit meer zo langzaam gaan als nu.” Goh, Meneer de Goeroe had het vast niet over het verkeer op de A59! Zo snel gaat dat helaas niet...

Eenmaal thuis tref ik onze viervoeters Annabel en Roderick, die doen wat zij het beste kunnen: liggen. Met zijn tweeën gestrekt voor de verwarming. “Wat hebben jullie toch een mazzel! Een beetje de hele dag niks doen en niks moeten.”, spreek ik het tweetal toe. Roderick tilt zijn kopje iets op, Annabel vindt het draaien van haar oortjes meer dan voldoende. Ik geef ze beiden een aai over hun bol en begin aan het bereiden van de avondmaaltijd.

Later die avond zit ik op de bank met mijn tablet op schoot nieuws en social media te consumeren. Roderick springt op de bank, legt zijn voorpootjes op mijn schoot en duwt zich tussen mijn tablet en mijn handen. Hij wenst gekroeld te worden. Ik besluit mijn tablet weg te leggen en wijd mij volledig aan mijn liefkozen van de rode kater. Van zijn zachte gespin gaat een ontspannende werking uit en de volledige overgave waarmee Roderick zich op mijn schoot bevindt is ronduit inspirerend.

Dan dringt het tot me door… de ultieme ontstressmethode. Vergeet yoga en meditatie! Investeer niet langer in mindfulness workshops! Wil je leren hoe je tot ultieme ontspanning komt? Neem je kat als voorbeeld! Die weet als geen ander hoe je ontspanning tot een belangrijk onderdeel van je dag maakt. Ben je net als ik wel eens moe en overprikkeld door alles wat je de hele dag moet, doet, ziet en hoort? Schakel TV, radio, telefoon en computer uit en knuffel je huisdier!

Heb je geen huisdier? Ook daarvoor heb ik een oplossing. Zet toch nog even je computer of smartphone aan en ga naar: http://dierentehuisdenbosch.nl/onze-dieren/

donderdag 15 december 2016

Goede voornemens - deel 2


Het is zaterdagmorgen kwart over tien en ik zit te genieten van een zalig kopje vers gemaakte cappuccino. Het is al maanden onderdeel van mijn vaste zaterdagmorgenritueel en een moment om naar uit te kijken. Dat ritueel begint echter al ruim twee uur eerder; met een wekker, een schaal kwark met banaan, een stukje fietsen en dan een uurtje met gewichten sjouwen bij Club Actief. Voor wie verbaasd is… ik kan het me helemaal voorstellen!

Niet voor gemaakt


Natuurlijk, ik had zo mijn goede voornemens in 2015. Zoals ik die ook had in 1997, 1999, 2002, 2003 en 2006. Ook toen toog ik naar de sportschool. Niet omdat fitness nou zo leuk was, maar omdat ik het nodig vond. Om slank en strak te worden. En misschien ook wel wat fitter en sterker, hoewel ik dat bijzaak vond. Dat hield ik dan een halfjaartje vol, sponsorde zo’n fitnesstoko nog een paar maanden en dan hield ik het weer voor gezien. De eerste vier jaar van dit decennium probeerde ik het niet eens meer.

Ik vind het gewoon niet leuk en ik ga het nooit leuk vinden!
Mijn lijf is er gewoon niet voor gemaakt!
Sporten is nou eenmaal niets voor mij!
En dan die vervelende fanatieke types in zo’n sportschool, waarbij ik me dan zo’n ontzettende loser voel…!

Hoe vaak ik dat niet heb geroepen.


Van voornemen naar Eureka


Toen werd het 2015 en had ik mijzelf toch weer goede voornemens opgelegd. Het was nodig, want de omvang en vooral fitheid van mijn lijf lieten behoorlijk te wensen over. Vond ik het leuk? De eerste maanden zeker niet. Wat hielp was dat mijn (borrel- en) sportmaatje er ook iedere maandagavond was en een ‘geen-zin-appje’ sturen voelde als een nederlaag. Maar ik had er moeite mee. Mijn lijf is er gewoon niet voor gemaakt! Ik heb het nog regelmatig uitgeroepen. Tot ik ontdekte dat ik er minder moeite mee had, als ik de week ervoor vaker was geweest en meer moeite als ik een keer had overgeslagen. (jaja, eureka-momentje). En ik besloot de frequentie omhoog te gooien van twee naar drie keer per week.


Oh jee, ik ben zo’n fanatiekeling!


Inmiddels nadert het einde van 2016. Typisch zo’n periode om eens terug te kijken én na te denken over waar ik nu sta. Dat leidde afgelopen week tot een heel vreemde constatering: ik ben zo’n vervelend fanatiek typje geworden! Minimaal vier keer per week kom ik over de vloer bij Club Actief, soms zelfs vijf keer. Ik sta vooraan tijdens de groepslessen en gooi voor een meisje best forse gewichten op mijn stang. Omdat dit voor mij behoorlijk a-typisch gedrag is, mopper ik tussendoor nog wel over lastige oefeningen en sommige dingen weiger ik uit te voeren (zo spring ik bij voorkeur niet... da’s een principekwestie). Dan grijp ik weer even terug naar mijn oude attitude. Maar eigenlijk doe ik het best aardig en dat vind ik nog steeds zo’n vreemde gewaarwording. Nog vreemder… ik beleef er nog plezier aan ook. Wie had dàt gedacht? Ik zelf in ieder geval niet!

Actief maakt het verschil


Dat brengt mij op de volgende vraag: wat maakt toch het verschil met mijn pogingen in 1997, 1999, 2002, 2003 en 2006? Dat het echt nodig was? Mwah… noodzaak leidt doorgaans nauwelijks tot plezier. Dat ik duidelijk resultaat zie en voel? Ja, dat helpt wel inderdaad. Maar wat echt maakt dat ik met plezier naar Club Actief ga is… Club Actief! De onderlinge sfeer, de gekkigheid, de persoonlijke aandacht. De Power-, Yoga en Core-lessen van Nathalie, Petra en Floor. De Zaterdag-Ochtend-Koffieclub. En natuurlijk: die zalige cappuccino van Cor. Kortom: het is goed toeven daar! Ik kan het iedereen met goede voornemens voor 2017 aanraden.


Dat brengt mij terug bij mijn goede voornemens voor 2017. Ik heb ze niet. Ik hoef immers slechts te blijven doen wat ik doe. Makkie! 

woensdag 20 juli 2016

De lingerie professional




Ik had natuurlijk beter moeten weten. Toch heb ik het de afgelopen maanden wéér een paar keer geprobeerd. Dat zou je naïef kunnen noemen. Resultaten uit het verleden bieden immers vaak wel garanties voor de toekomst. Maar soms vind ik dat je iets een tweede kans moet gunnen. Of een derde of vierde zelfs... Het resultaat bleek teleurstellend: wederom is het mij niet gelukt een goede bh te vinden in de stad waar ik woon.

Voor wie denkt dat ik een nauwelijks noemenswaardig stadje met een even zo weinig noemenswaardig winkelgebied woon... fout! Ik woon in Den Bosch, nummer twee op de lijst van beste winkelsteden van het land. Ik ben ook serieus dol op mijn woonplaats en ik kom zó graag in de binnenstad. Toch heb ik reden om meerdere malen per jaar af te reizen naar nummer negen op de lijst. Echter niet voordat ik mijn eigen stad een kans heb gegeven dus.

De lingerie-keten: kansloos!


Nu had ik een serieuze aanleiding om te denken dat ik misschien ditmaal wel zou kunnen slagen. Ik ben in de afgelopen anderhalf jaar namelijk zo'n 20 kilo afgevallen en dat is ook te zien aan mijn borstomvang. Met een lade vol - inmiddels fors te grote - bh's in maat 80G, wist ik zeker: die G-cup ga ik vaarwel zeggen! Tel daarbij op dat mijn bh-wens bestond uit een eenvoudig wit exemplaar en ik dacht: wie weet lukt het wel bij die niet nader te noemen ondergoedketen, die tot voor kort werd vertegenwoordigd door een niet nader te noemen ex-voetbalvrouw.
Naïef inderdaad.

De verkoopster bedoelde het ongetwijfeld goed...
'Ik meet u wel even op. Ja hoor, u kunt uw jas gewoon aanhouden.' (?!)
Daar ging ze... met meetlint onder mijn jas door en over mijn shirt heen en kwam tot haar conclusie:
'Dat lijkt me een 75E.'
'Eh, weet u het zeker? Ik kom van een 80G!' '
'Ja hoor! Maar neemt u anders voor de zekerheid ook de 75F mee naar de paskamer.'

Het zal niemand verbazen; de 75E zat verschrikkelijk. De 75F zat wel aardig en ach...ik wilde ook wel eens een bh voor twee tientjes. Of ik al spijt heb van de aanschaf? Ja. Al meteen de eerste dag dat ik 'm aan had. Wat een belabberde pasvorm! Daaaaag 20 euro!

Mijn mooie nieuwe Panache Sport!

Van G naar....G


Kort daarna besloot ik toch weer eens naar Breda af te reizen, waar ik bij Naron alsnog antwoord kreeg op de vraag wat tegenwoordig mijn maat is: 70G(G). Daar kwam geen meetlint aan te pas. Wel tientallen bh's in verschillende maten en modellen, tijd, aandacht en een deskundige blik. Het resulteerde in een prachtig gekleurde Fantasie in 70GG en een Panache Sport in 70G. Yes! Eindelijk weer twee perfect passende exemplaren in mijn lingeriecollectie!

De 'speciaalzaken'


Wat ik me op dat moment nog niet realiseerde, was dat mijn nieuwe maat de zoektocht naar goede lingerie nog lastiger maakt. Hier in Den Bosch tenminste. Ook toen ik besloot de serieuze lingeriespeciaalzaken op te zoeken.

Een greep uit de gehoorde 'adviezen':
  • 'In een 70G? Nee hoor, daar biedt dit model echt te weinig steun voor!' (hm...en voor een 75F is de steun wel voldoende?)
  • 'Met die maat bent u echt aangewezen op PrimaDonna. Maar dat weet u natuurlijk zelf ook wel?' (nou, ik ken nóg wel een paar merken...)
  • 'Onze bh's in G-cup beginnen bij omtrek 75. Die kunt u misschien even proberen?' (geprobeerd, geen succes)
  • 'We hebben wel een paar modelletjes. Ja, die zijn allemaal voorgevormd inderdaad. Tja...daar is nu eenmaal meer vraag naar.' (huh?)

Pardon?!


Moedeloos word ik ervan. En een beetje recalcitrant ook. Doe nou 's niet net alsof ik iets heel raars vraag! Als je jezelf lingeriespeciaalzaak noemt, mag ik toch op zijn minst verwachten dat je assortiment op orde is? Dat je verstand van zaken hebt en weet wat er te koop is in lingerieland? Verdiep je er eens in! Of ga eens op excursie! Ik ken nog wel een geschikt adresje. ;-)


Hoera voor Breda!


Ik zal dat adresje zelf binnenkort ook weer eens bezoeken. Ondanks dat ik het absurd vind dat ik naar een andere stad af moet reizen voor zoiets basics als een bh. Gelukkig betreft het Breda. Een stad die ongeveer net zo gezellig is als mijn eigen Den Bosch. Een prachtige stad, mét een flinke plus; de perfecte lingeriewinkel voor dames met een plus-size.

*-*-*

Ik kan echt zo geïrriteerd raken. Niet eens zozeer door de afwezigheid van bh's in mijn maat, maar het niveau van de reacties... echt té erg! En die lijst met 'adviezen' had zomaar langer kunnen zijn. Delen jullie die ervaring ook?  Wat is de domste of vreemdste opmerking die jij ooit kreeg van een lingerieverkoopster?
Al jaren trouwe klant!










zaterdag 4 juni 2016

Column: Geduld is een schone zaak

Het was een donderdagmiddag in september toen wij besloten onze kattenpopulatie wederom aan te vullen met een nieuwe asielkat. Wederom inderdaad, want onze kleine zwarte weduwe Annabel had inmiddels al drie katers versleten. (De eerste bezweek aan een hartkwaal, de tweede aan ouderdomsverschijnselen en de derde werd slachtoffer van een tragisch ongeval. Als trouwe kijker van diverse misdaadseries, zou ik er bijna achterdochtig van worden.) Annabel lijkt ook op het eerste gezicht niet zo’n sociaal dier. Toch bleek ze het nodig te vinden ons nachtenlang wakker te miauwen, toen zij als enige viervoeter in ons huis overbleef. Kortom: het zou voor ons alle drie gezelliger zijn als wij ons nogmaals zouden ontfermen over een kattenkind.

En zo kwam Roderick in ons leven. Of eigenlijk: in ons huis. Want het duurde nog even voordat hij daadwerkelijk deel ging uitmaken van ons leven. Wij hebben hem namelijk drie volle weken niet gezien. Roderick verried zijn aanwezigheid slechts door een vermindering van het aantal brokjes in de voederbakken. Soms ging ik naar hem op zoek en vond ik hem achterin een kast, weggedoken tussen schoenen of tasjes. De angst in zijn ogen deed vermoeden dat ik hem met een slagersmes achterna zat. Niks was minder waar. Ik wilde hem slechts knuffelen en gerust stellen. Maar ik realiseerde me dat ik hem maar beter met rust kon laten.

Na ruim twee weken zag ik hem plots op de krabpaal in de gang zitten. Oh euforie! Toen ik mij echter durfde te bewegen, vloog hij alweer weg. Snel naar zijn schuilplaats in de kast! Mensen zijn eng! Ondertussen hoopte ik maar dat dit een klein stapje in de goede richting was... want het idee dat Roderick de rest van zijn kattenleven onderin een kast zou doorbrengen vond ik niet zo’n heel leuk vooruitzicht.

Enkele dagen later ontdekte ik dat Roderick in een mandje in de gangkast lag. Ik greep mijn kans! Ik sloop naar de kast, met een voorraad kattensnoepjes in mijn hand. Ik paaide hem met snoepjes en hij liet mijn hand toe. Ik mocht hem een aai over zijn koppie geven. Toen ik even stopte met aaien gaf hij een kopje tegen mijn hand en spinde zachtjes. Wat een overwinning! Diezelfde avond sloop hij voor het eerste de woonkamer in en sprong naast me op de bank. Ik durfde nauwelijks te bewegen. Toen ik heel langzaam mijn hand naar hem uitstak gaf hij een kopje. En een kwartier later lag hij met zijn voorpootjes op mijn bovenbenen. Roderick op schoot. Wauw!

Inmiddels is onze Roderick (Ro voor vrienden) volledig ingeburgerd in ons huis. Hij is beste maatjes met Chef Voederbak, hij plaagt Annabel en hij denkt – zoals het hoort – dat het hele huis van hem is. Hij schrikt nog altijd van onverwachte bewegingen, maar verder is er van dat angstige beestje niks meer terug te zien. En Annabel? Die doet alsof ze weinig van hem moet hebben… maar ’s nachts huilen? Dat doet ze niet meer. Kortom: ons gezinnetje is weer compleet.

vrijdag 29 april 2016

#AutoModus

Toen ik op een zonnige woensdagavond in juni 2013 van mijn fiets viel en op de gipskamer van het JBZ belandde, waren de grappen niet van de lucht. 'Had je gedronken?', 'Wijntje achter de kiezen, zeker?' Ja, vrienden en collega's wisten er wel raad mee en niet helemaal onterecht. Op het terras, waar ik op dat moment vandaan fietste, had ik inderdaad niet enkel koffie genuttigd. Dat verbaast niemand. Maar op die drie glaasjes rosé had ik normaal gesproken prima naar huis kunnen fietsen. Kwestie van oefenen :-)

Er was dus meer aan de hand en dat maakt dat ik jullie iets moet opbiechten. Iets wat me al bijna drie jaar dwars zit... Ik raakte die bewuste avond met mijn voorwiel een opstaande rand in de rotonde, waardoor ik mijn evenwicht verloor en viel. Dat dàt gebeurde was enkel en alleen omdat mijn ogen enkele seconden niet op de weg gericht waren, maar op het scherm van mijn telefoon. Ik hoorde namelijk een appje binnenkomen en pakte mijn telefoon om te kijken van wie het was. Enkele seconden, die mij maandenlang pijn, gedoe en frustratie opleverden. Enkele seconden, die mij - en anderen - nog veel meer ellende hadden kunnen opleveren.

Op één of andere vreemde manier vond ik het makkelijker om de grappenmakers in de waan te laten, dat dat ongeluk aan die roseetjes te wijten was. Kennelijk schaam ik mij meer voor mijn smartphonegebruik op de fiets. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat ik doorgaans enorm afgeef op het gebruik van de telefoon achter het stuur. Het autostuur wel te verstaan. Dààr begrijp ik namelijk helemaal niets van!

Gelukkig bestaan er sinds kort allerlei nuttige apps. De AutoModus-app van Interpolis bijvoorbeeld. Die app helpt om smartphonegebruik te verminderen tijdens het rijden. Het zal wel aan mij liggen, maar daar hebben we toch allang een app voor? Die zit in je hoofd en noemen we gezond verstand. Ik bedoel... als je je daadwerkelijk realiseert dat op je smartphone kijken tijdens het rijden gevaarlijk is, dan doe je dat toch gewoon niet?! Dan heb je zo'n app toch niet nodig? En als je desondanks onrustig wordt van het geluid van inkomende berichten, dan zet je het geluid toch uit?

Je telefoon niet gebruiken is echt ontzettend makkelijk. Het enige wat je nodig hebt, is het besef dat geen enkel berichtje zo belangrijk en/of dringend is, dat het het waard is je leven en dat van anderen op het spel te zetten. Er gaat niemand dood als jij dat berichtje een halfuurtje later leest. En maak jezelf bovenal niet wijs dat jij dusdanig beter rijdt dan anderen, dat je het lezen (of zelfs typen) wél kunt combineren met rijden. Dat denken namelijk alle brokkenmakers.

Ik kan nu in alle eerlijkheid zeggen dat ik al twee jaar, tien maanden en drie weken geen telefoon meer heb aangeraakt achter het stuur. Ook niet meer achter het fietsstuur. Diezelfde eerlijkheid gebiedt mij echter wel toe te geven dat ik eerst languit op een fietspad moest liggen, om mijn gezond verstand ook in #FietsModus te zetten. Effectiever dan zo'n onzin-app, dat wel. Helaas ook wel wat omslachtiger.

woensdag 3 februari 2016

De waarheid op tafel


Het is de laatste tijd nogal eens onderwerp van gesprek: eten. Dat is nu eens niet omdat ik het zo graag doe, maar vooral omdat ik het het afgelopen jaar minder heb gedaan. Of misschien vooral: anders. En dat is me aan te zien. Gelukkig maar, want het was hard nodig. (Ik ben er overigens nog niet. Volgens de alom gerespecteerde BMI index heb ik nog zeven kilogrammen te gaan, voordat ik het predicaat 'gezond gewicht' mag voeren.) Maar wanneer je jezelf in een jaar tijd een maatje of twee kleiner weet aan te meten, leidt dit geheid tot diverse vragen, discussies en adviezen. Met als kern van ieder gesprek: wat werkt nu echt? Dan weet ik: ik weet het eigenlijk ook niet.

Er zijn enkele uitgangspunten waar ik in geloof. En zoals dat gaat met geloof: het is geen absolute waarheid. Het heeft iets filosofisch zelfs. Hoe meer ik op zoek ga naar antwoorden, hoe meer ik me afvraag wat nu werkelijk de waarheid is. We hebben een veelheid aan internetsites die koolhydraatarm prediken. Ondertussen is er ook nog ons Voedingscentrum dat vasthoudt aan de (toch iets aangepaste?) schijf van vijf. We hebben de calorietellers, de crashdiëters, de lightlikers, de smoothieslobberaars en de gezond-verstand-aanhangers.

Dat gezond verstand dus... prima methodiek hoor. Mits je niet volkomen clueless bent over wat nu eigenlijk gezond voedsel is. Want natuurlijk: iedereen snapt dat je van het leegeten van een zak chips per dag niet slank en gezond wordt. Maar ik herinner me nog heel goed dat ik jarenlang heb gedacht dat ontbijtkoek, sultana's en yoghurtdrankjes keurig gezonde tussendoortjes waren. En dat ik een gezonde maaltijd bereidde als ik wat verse groenten door mijn Chicken Tonight roerde. Inmiddels weet ik (iets) beter.

Het grote verschil is dat ik me er in verdiep. Ik lees erover en ik praat erover. Dat lijkt invloed te hebben op mijn gezond verstand en dat is fijn. Dus ik eet beduidend minder suikerhoudende producten en mijn avondmaaltijd bestaat voor een groot deel uit verse groenten. Gezond verstand. Nauwelijks discussie over mogelijk, toch? Maar de rest van de veranderingen in mijn eetpatroon zijn flarden uit de diversiteit aan eetwijsheden die de afgelopen jaren tot mij zijn gekomen. Ik handel soms volledig overtuigd, soms sceptisch. Misschien ook wel vaak gebaseerd op: wat komt mij goed uit? En hee! Het lijkt te werken!

Ik krijg er zowaar zendingsdrang van. En dus meng ik mij tegenwoordig in discussies over voedsel, heb ik een mening over wat mensen zoal eten en betrap ik mezelf op betweterigheid. Bloedirritant! Want: ik weet niks. Ik word niet gehinderd door enige feitenkennis of objectieve waarneming. Dus, mocht je mij aanspreken op mijn afgenomen omvang... zal ik voortaan gewoon antwoorden: 'Tja, beetje minder eten en beetje meer bewegen he... het is allemaal niet zo ingewikkeld!'